Gustave Caillebotte: Rue de Paris, temps de pluie (1877)

Home»Blog

Kunsthistorica Sophie van Steenderen

Tussen kunst en kitsch

7 oktober 2015

Het gebeurt met regelmaat. Dat er bij Tussen Kunst en Kitsch een potsierlijk voorwerp opeens een fortuin waard blijkt te zijn. Een porseleinen vaas, met roze uitstulpingen en krullen van bladgoud. Best wel oud, maar merkwaardig goed geconserveerd. De expert noemt het een uniek stuk, een geliefd verzamelobject. Heel veel geld waard! Thuis op de bank valt je mond open van verbazing; je zou het nog niet gratis willen krijgen dat belachelijke ding.
Maar laat je door het uiterlijk niet op het verkeerde been zetten. Achter roze uitstulpingen en gouden krullen schuilt soms iets ongelooflijk waardevols. Want als die porseleinen vaas zou kunnen zingen, dan klonk ze als een meisje uit de Great Smoky Mountains, Tennessee…

dolly
Mensen denken altijd dat ik een grapje maak, als ik zeg dat ik van Dolly Parton houd. Dat komt omdat ze zijn blijven hangen bij de pruik en de legendarische borsten. Omdat ze denken dat Dolly kitsch is. Haar uiterlijk is dat inderdaad; potsierlijk en nep. Maar ik maak geen grapje. In die opgesmukte porseleinen schil huist wat mij betreft één van de grootste singer-songwriters allertijden.

Dolly gaat mijn leven lang al mee. Op mijn peuterspeelzaal, eind jaren 70, zat een meisje dat Jolien heette. Zo wilde ik ook heten, net als dat liedje van de radio. En toen ik een jaar of acht was zong ik in de badkamer fonetisch You Are, en danste daarbij als Penny de Jager. Mijn zusje in bad als publiek.

Als puber leende ik cd's van Dolly bij de bibliotheek en kopieerde ze op cassettebandjes. Grijs gedraaid in het autootje van mijn moeder. Zij huilde bij It's All wrong, But It's Allright en ik wist wel waarom. Pas later begréép ik ook waarom. Omdat het toen ook over míj ging. Net als al die andere liedjes van toepassing bleken in bepaalde fasen van mijn leven.
Want die malle Dolly met haar uitstulpingen, al honderd jaar getrouwd met de eigenaar van een asfalteringsbedrijf, bezingt alle facetten van de liefde, alsof ze het allemaal zelf heeft mee gemaakt. Wat vast en zeker ook zo is. Ondanks die man van haar. Over alleenstaande vrouwen die smachten naar gezelschap (Single Women), over liefde voor die foute man (Here You Come Again), over de peilloze diepte van liefdesverdriet (What A Heartache), over de brandende liefde (Old Flames Can't Hold a Candle To You), over de liefde van en voor een moeder (Coat of Many Colours) en over de ware liefde (You Are).

Wat dat is met mij en Dolly? Ik geloof haar wanneer ze zingt. Over de doden niets dan goeds, maar als je Whitney Houston I Will Always Love you hoort schreeuwen, begrijp je meteen waarom haar geliefde zich uit de voeten heeft gemaakt. Bij Dolly (want ja, het is háár nummer) blijft het ingehouden, timide, wanhopig en berustend tegelijk, de stem tegen het onvaste aan, alsof het verdriet op haar stembanden is geslagen.
Die stem kan overigens alle kanten op. Soms klinkt ze als een engel, dan weer als een pruilend kind of een kirrende stoeipoes. Soms loepzuiver, dan weer schril of hees, maar altijd dient de stem de tekst, het verhaal en het gevoel. Ze zingt country met snik, folk, bluegrass met veel banjo, commerciële pop en natuurlijk een gospel op z'n tijd. Maar altijd met hartstocht en overtuigingskracht. Als zij zingt krijg ik kippenvel. Net boven mijn knieën. En dat krijgen maar verrekte weinig mensen voor elkaar.

Daarom verhuist deze potsierlijke vaas, met roze uitstulpingen en gouden krullen, nu al bijna 40 jaar mee naar elke nieuwe schoorsteenmantel in mijn leven. Op ware kunst raak je immers nooit uitgekeken.

terug