Gustave Caillebotte: Rue de Paris, temps de pluie (1877)

Home»Blog

Kunsthistorica Sophie van Steenderen

J'Accuse...!

6 februari 2010

Ik stond al een tijdje met mijn rug naar de foto, die groot geprojecteerd was op het scherm achter mij. Een les over Édouard Manet. Ter illustratie bij het verhaal over de relatie tussen de naturalistische schrijver Émile Zola en de artistieke avant-garde toonde ik een portretfoto van de man in kwestie.
Zola, in zijn studeerkamer, gepositioneerd achter een bureautje waarop schrijfattributen liggen. Een wanstaltig bureautje, trouwens, dat in de verste verte niets te maken lijkt te hebben met avantgardisme in welke vorm dan ook. Zou Zola zoiets lelijks in zijn werkkamer zetten? Nee, gelukkig, het leek me al sterk. Bij nadere beschouwing zit hij überhaupt niet in een studeerkamer. De boekenkasten op de achtergrond zijn op een doek geschilderd. Hij zit kennelijk gewoon in de studio van de fotograaf, Félix Nadar.

Enfin, daar stond ik dus, achter mij een voorstelling die ik al vele malen had gezien. Terwijl ik me omdraaide en een laatste blik op Zola wierp alvorens ik naar de volgende afbeelding wilde doorklikken, zag ik het opeens.....
Het zijn van die momenten dat je hart een sprongetje maakt. Eventjes stonden we daar samen, in die volle zaal, Émile en ik. Ik keek, en vroeg me af hoe het in godsnaam mogelijk was dat ik dit nooit eerder had opgemerkt. Dat juist ík dit aan me voorbij had laten gaan, keer op keer.
Had ik me af laten leiden door die wegkijkende, ietwat treurige blik? Of had ik me teveel gefocust op dat intieme detail, van die vinger tussen de bladzijden van het schrijfboekje? Waren het toch die spiralende poten van het bureau geweest, die slinks mijn blik als vanzelf weer omhoog trokken, weg van dat kleine, maar oh zo veelzeggende detail?
Dit alles ging in een fractie van een seconde door mijn hoofd. Nu kon ik toch niet zomaar naar de volgende afbeelding doorgaan? Deze vondst was te belangrijk. Ik sprak het hardop uit, mijn publiek deelgenoot makend van mijn verrukking: 'Hebben jullie die schoénen gezien?'

Daar, op dat moment, kreeg ik de bevestiging van datgene wat ik eigenlijk altijd al geweten had.
Niet dat Zola een groot schrijver was, die naam maakte met naturalistische romans als Germinal, Nana en Au bonheur des dames.
Ook niet dat Zola in zijn kunstkritieken een lans brak voor Manet en de Impressionisten, destijds verguisd vanwege hun schetsmatige manier van schilderen en voorkeur voor 'banale' onderwerpen.
En zelfs niet dat Zola een baanbrekende politieke rol had gespeeld in de Dreyfus-affaire. Hij had het in zijn open brief J’Accuse…! immers opgenomen voor de Joodse kapitein Alfred Dreyfus, die ten onrechte beschuldigd werd van spionage.

Want hoewel dit stuk voor stuk zaken waren, dankzij welke Zola een terechte plaats in de geschiedenis heeft verworven, bleven het droge feiten. Door anderen al gezien, beschreven, onderkend. Niet eerder was ik in de gelegenheid geweest om daadwerkelijk mijn eigen oordeel te vellen. Tot dit moment. Het moment waarop ik zijn schoenen zag.

Het is de ultieme test, de test die nooit faalt. Natuurlijk, de eerste indruk wordt gevormd door meerdere factoren: oogopslag, bewegingen, en de handen, niet te vergeten. Maar uiteindelijk geeft één ding de doorslag. Kijk naar de schoenen en u kent de man. Is dat een spreekwoord? Nee? Bij dezen dan.
De juiste schoenen, daar draait het om in de beoordeling van een man. Sportschoenen vallen bij voorbaat al af, tenzij de desbetreffende man daadwerkelijk aan het sporten is natuurlijk. Gympies mogen, mits met de juiste nonchalance gedragen. Cowboylaarzen? Nee, zeg, hou op.
Eén blik naar de grond en ik weet wat voor vlees ik in de kuip heb.

Raar dus, dat ik er bij Émile Zola nooit eerder op had gelet, op dat portret door Nadar. Daar stond ik dan, hoogstwaarschijnlijk met mijn mond een klein beetje open, te staren naar de schoenen van Zola: die half hoge laarsjes, dat glanzende gladde leer, die ronde punten....
Pas toen wist ik het zeker.

Mijn God, Émile Zola was een heerlijke man!

Zola

terug