Gustave Caillebotte: Rue de Paris, temps de pluie (1877)

Home»Blog

Kunsthistorica Sophie van Steenderen

Groen

13 oktober 2015

bgroen

Afbeelding: Berend Groen, Het Gasterense Diep (Heest), 1984

Als je muziek zou moeten uitzoeken die past bij dit verstilde landschap, dan zou je waarschijnlijk iets klassieks kiezen. Maar de kenner weet beter. Bij dit landschap hoort vlotte beatmuziek uit het Hoge Noorden. Nee, niet Cuby + Blizzards uit het Drentse dorpje Grolloo. Je moet naar Groningen, Oude Pekela, om precies te zijn. De bakermat van de beatgroep de Ro-d-Ys.

In 1966 braken de Groningers landelijk door met de single 'You Better Take Care Of Yourself'. Beatmuziek met trompetten, orgels en het typerende nasale stemgeluid van zanger Harry Rijnbergen, die Engels zong met een Groningse tongval; een opvallend eigen sound. Een jaar later bestormde de band met 'Take Her Home' en 'Just Fancy', de hitlijsten. In 1970 viel de groep uiteen. De bandleden gingen ieder hun 's weegs. Zo bleef Harry Rijnbergen zich bezighouden met muziek, maar ging drummer Berend Groen naar de kunstacademie Minerva in Groningen. In 1973 ging hij wonen en werken in het Drentse plaatsje Zeijen, met zijn echtgenote Arnica.

Berend had een woeste baard en Arnica droeg lange paarse hippie gewaden met daarin geborduurd kleine spiegeltjes. Er liepen geiten door de tuin van het boerderijtje en schildpadden door de woonkamer. Achter in de tuin stond een door Berend gebouwd en beschilderd huisje, waar Arnica lekkers kwam brengen als hun dochter Roosmarijn en ik daar samen speelden. Voor mij als meisje van een jaar of 6 was dit het paradijs. Alles mocht en kon. Maar één plek was verboden terrein: het atelier van Berend.
Daar maakte hij schilderijen, met steeds hetzelfde erop: de Drentse Aa. Dat riviertje kende ik wel, van als we gingen wandelen bij Oudemolen.

Toen we van Zeijen naar Gasteren verhuisden, bevond ik me opeens middenin de schilderijen van Berend Groen; het stroomdal van de Drentse Aa. Het werd míjn Drentse Aa, dat kronkelige diepje. Vanaf het bruggetje van Kopland takjes naar beneden gooien en kijken hoe de stroom het wegvoert. In de zomer 'zwemmen' in het water dat amper tot je knieën komt. En hoe ouder ik werd, des te meer begreep ik waarom Berend schilderijen maakte van steeds maar weer die Drentse Aa.
Zoals de oosterse legende van een fluitspeler, die steeds dezelfde toon floot. Toen de mensen de fluitspeler vroegen waarom hij niet eens wat anders speelde zei hij: "Waarom zou ik andere tonen spelen, als ik de juist toon al heb gevonden?"
Het stroomdal van de Drentse Aa was Berends juiste toon. Maar eentonig is zijn oeuvre allerminst. Het is net zo veelzijdig als het landschap zelf. Na iedere bocht van het stroompje ontvouwt zich een nieuw schouwspel. Grillige oevers, stil water en daarboven een heiige lucht. Wie vluchtig kijkt ziet in Berends landschappen misschien vooral groen en grijs, maar er gaat een uiterst subtiele kleurenpracht achter schuil. Verstild, troostrijk en ongelooflijk mooi. Zo krachtig als hij zijn drumstokken hanteerde, zo teder hield Berend zijn penseel vast.

De Ro-d-Ys maken geen onderdeel uit van mijn jeugd, daarvoor ben ik te laat geboren. Maar de drummer van de band legde als schilder het decor vast waartegen mijn jeugd zich afspeelde. En waar mijn jeugd definitief eindigde, op een zomerse dag in 2013 toen ik, ter hoogte van Schipborg, mijn moeders as verstrooide boven de Drentse Aa. Ook Berend Groen is helaas al overleden, in 2003. Slechts 56 jaar werd hij.

Zijn schilderijen zijn zeer gewild en voor mij - letterlijk en figuurlijk- onbetaalbaar. Toch bezit ik een 'Berend Groen'. Een uitzonderlijk werk bovendien, want de Drentse Aa ontbreekt. Niet het décor van mijn jeugd heeft hij erop vastgelegd, maar mijn jeugd zélf.
In mijn poesie-album vereeuwigde hij mij met blonde paardenstaart, naast zijn dochter Roosmarijn.
Onbetaalbaar.

poesiealbum

terug